ECLI:NL:RBDHA:2018:14008
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis wegens niet aangetoonde identiteit
Eiseres, afkomstig uit Eritrea, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis asiel werd afgewezen. De staatssecretaris stelde dat eiseres haar identiteit niet had aangetoond, mede omdat zij geen geldig identiteitsdocument kon overleggen en de door haar overgelegde huwelijksakte vals bleek.
De rechtbank overwoog dat eiseres geen officiële identiteitsdocumenten had overgelegd en dat de verklaring dat zij geen identiteitskaart nodig had niet aannemelijk was, mede gezien haar woonplaats in een grote Eritrese stad. Ook de overgelegde Soedanese identiteitskaart werd niet als bewijs van identiteit erkend. Eiseres had niet aannemelijk gemaakt dat zij in bewijsnood verkeerde en dat zij geen officiële documenten kon overleggen.
Het beroep op artikel 11, tweede lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn en op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen omdat de identiteit niet was aangetoond en de gezinsband niet voldoende was bewezen. De rechtbank vond dat de hoorplicht niet was geschonden en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit.