De kantonrechter van de Rechtbank Den Haag behandelde het geschil tussen een kapster en haar werkgever, een eenmanszaak, over de transitievergoeding en achterstallige loonbetalingen na beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2016.
De werkgever had na toestemming van het UWV de arbeidsovereenkomst opgezegd en deed een beroep op de overbruggingsregeling transitievergoeding kleine werkgevers, die een lagere vergoeding mogelijk maakt indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De kantonrechter stelde vast dat de werkgever niet voldeed aan de voorwaarde dat het netto resultaat over de boekjaren 2013, 2014 en 2015 negatief moest zijn, omdat het resultaat over 2015 positief was.
De kantonrechter wees het beroep op de overbruggingsregeling af en veroordeelde de werkgever tot betaling van de volledige transitievergoeding van € 15.112 bruto, vermeerderd met wettelijke rente. Daarnaast werden achterstallig loon, vakantiegeld, vergoeding voor niet-genoten vakantiedagen, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen. De transitievergoeding mocht in vijf termijnen worden betaald. Een dwangsom voor het niet verstrekken van een bruto/netto specificatie werd niet opgelegd.