ECLI:NL:RBDHA:2018:14774
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens subsidiariteit en bescherming in Hongarije
Eiser, met de Syrische nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk is verklaard omdat hij in Hongarije subsidiaire bescherming geniet. De rechtbank bevestigt dit besluit na onderzoek.
Eiser betwist dat Hongarije zijn verplichtingen jegens hem als statushouder zal nakomen en voert aan dat terugkeer tot een schending van artikel 3 EVRM Pro zal leiden. Hij baseert dit op diverse rapporten over de situatie van statushouders in Hongarije en zijn persoonlijke omstandigheden als minderjarige.
De rechtbank oordeelt dat statushouders in Hongarije gelijke rechten en plichten hebben als Hongaarse burgers en dat praktische problemen niet leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet adequaat bescherming kan krijgen of dat klachten indienen bij Hongaarse autoriteiten zinloos is.
Ook de persoonlijke situatie van eiser, waaronder zijn eigen keuze om Hongarije vroegtijdig te verlaten, maakt zijn situatie niet vergelijkbaar met eerdere zaken waarin schending werd aangenomen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wegens bescherming in Hongarije.