ECLI:NL:RBDHA:2018:14987
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tj. Gerbranda
- R. Raat
- M.J.M. Verhoeven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht niet-kwetsbare asielzoeker aan Italië op grond van Dublinverordening en Italiaans decreet
Eiser, een niet-kwetsbare asielzoeker uit Gambia, stelde beroep in tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen en hem over te dragen aan Italië op grond van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat het Italiaanse wetsdecreet nr. 113/2018, dat de toegang tot het SPRAR-opvangsysteem beperkt tot kwetsbare groepen, leidt tot ontoereikende opvang en een verhoogd risico dat hij verstoken blijft van opvang na overdracht.
De rechtbank stelde vast dat niet-kwetsbare asielzoekers, zoals eiser, ook voor het decreet niet in aanmerking kwamen voor SPRAR-opvang en aangewezen waren op CAS- of CARA-opvang, waarvan de omstandigheden niet zodanig zijn dat overdracht aan Italië in de weg staat. Eiser kon onvoldoende concrete aanwijzingen overleggen dat Italië zijn internationale opvangverplichtingen niet nakomt of dat het decreet leidt tot een ontoereikende opvang van Dublinclaimanten.
Verder verwierp de rechtbank het betoog dat de afschaffing van de humanitaire verblijfsstatus zal leiden tot een toename van asielaanvragen en een verhoogde druk op de opvang, omdat dit speculatief was. Ook het argument dat de toegenomen migratieretoriek en racistische incidenten in Italië zouden leiden tot systematische tekortkomingen in de asielprocedure werd niet gevolgd.
De rechtbank concludeerde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië blijft gelden en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de niet-kwetsbare asielzoeker tegen overdracht aan Italië wordt ongegrond verklaard.