Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 december 2018 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
- Drie facturen, gedateerd 15 februari 2016, 31 augustus 2017 en 31 augustus 2017;
- Aangiftes loonbelasting over de periode vanaf 1 februari 2016 tot december 2017;
- Een urenregistratie van eiseres, waarin werkzaamheden zijn opgenomen vanaf de 6e week van 2016;
- Een verklaring van accountant mr. I.C. Van Vonderen, waarin is vermeld dat er vanaf 15 februari 2016 feitelijk bedrijfsactiviteiten zijn verricht vanuit de BV;
- Jaarrekeningen van eiseres en van haar moedermaatschappij over 2016;
- Grootboeken van eiseres en van haar moedermaatschappij.
substantiëleof
niet marginalefeitelijke bedrijfsactiviteiten kunnen worden verwacht. Daarom vindt de rechtbank het argument van de staatssecretaris dat eiseres nog geen website heeft, ook geen goede onderbouwing van diens standpunt dat eiseres geen feitelijke bedrijfsactiviteiten heeft verricht.
Beslissing
- verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar, niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen het bestreden besluit, gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 30 april 2018;
- herroept het primaire besluit van 19 juli 2016 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- draagt de staatssecretaris op eiseres te erkennen als referent voor het gevraagde doel;
- draagt de staatssecretaris op het griffierecht van € 338,– te betalen aan eiseres;
- veroordeelt de staatssecretaris de proceskosten van € te vergoeden aan eiseres.