ECLI:NL:RVS:2019:4219
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing erkenning als referent voor verblijfsdoel uitwisseling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag van een vennootschap tot erkenning als referent voor het verblijfsdoel uitwisseling af wegens onvoldoende gewaarborgde continuïteit en solvabiliteit. De rechtbank verklaarde het beroep van de vennootschap gegrond, vernietigde het besluit en beval erkenning.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde onder meer aan dat de rechtbank onterecht artikel 1.13 van het VV 2000 toepaste en dat hij het uitwisselingsprogramma nog moest beoordelen. De Afdeling oordeelde dat het recht dat gold ten tijde van het besluit van 30 april 2018 van toepassing is, niet dat van de aanvraag in 2016. Tevens was het vragen van advies aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) niet onrechtmatig, maar de staatssecretaris had dit onvoldoende gemotiveerd.
De Afdeling vernietigde het vonnis voor zover de rechtbank zelf in de zaak voorzag en de erkenning oplegde, omdat de staatssecretaris het uitwisselingsprogramma nog moet goedkeuren. De rest van het vonnis werd bevestigd. De staatssecretaris moet een nieuw besluit op bezwaar nemen en de proceskosten vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank deels vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen en proceskosten vergoeden.