De werknemer, sinds 1998 in dienst bij NN Group, is in het kader van een reorganisatie overtollig verklaard en heeft met instemming een regeling ter beëindiging van haar arbeidsovereenkomst getroffen. Zij stelde dat de reorganisatie en het verval van haar functie niet rechtsgeldig waren en dat zij onterecht haar werkzaamheden was ontnomen. Zij vorderde aanvullende schadevergoeding omdat volgens haar geen voldragen ontslaggrond bestond.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer door haar instemming met de beëindiging en het laten verstrijken van de bedenktijd de weg naar de gebruikelijke WWZ-procedures heeft afgesneden. Het verzoek tot aanvullende schadevergoeding op grond van een tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst, gericht op het ontbreken van een voldragen ontslaggrond, is niet toelaatbaar omdat dit het systeem van de WWZ omzeilt.
Daarnaast is het verzoek niet binnen de wettelijke vervaltermijn ingediend. De kantonrechter wees het verzoek daarom af en veroordeelde de werknemer in de proceskosten.