ECLI:NL:RBDHA:2018:2542
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op aftrek tbs-verlies wegens onzakelijke lening aan failliete groepsmaatschappij
Eiser, enig aandeelhouder van een BV-groep, had aanzienlijke vorderingen in rekening-courant op groepsmaatschappijen, waaronder een lening aan een specifieke dochtermaatschappij (B.V. Z). Na het faillissement van B.V. Z in 2013 waardeerde eiser zijn vordering daarop af tot nihil en bracht dit verlies in aftrek als tbs-verlies.
Verweerder weigerde deze aftrek omdat de lening onzakelijk zou zijn. De rechtbank oordeelt dat op 31 december 2012 een nieuwe kredietovereenkomst is aangegaan met B.V. Z, kort voor haar faillissement, waardoor sprake is van een bodemlozeputlening. De lening kon niet worden vereenzelvigd met eerdere vorderingen op de gehele groep.
Het beroep van eiser op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de eerdere acceptatie van een afwaardering in 2009 niet geldt voor de nieuwe lening aan B.V. Z. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag en de weigering van aftrek van het tbs-verlies.
Uitkomst: Het beroep van eiser op aftrek van het tbs-verlies wordt ongegrond verklaard wegens onzakelijke lening aan failliete groepsmaatschappij.