ECLI:NL:RVS:2014:1760
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag uitstel uitzetting wegens medische noodsituatie
De vreemdeling had een aanvraag ingediend op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 om te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft vanwege een ernstige medische situatie. Deze aanvraag werd door de minister van Justitie en later door de staatssecretaris afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat er geen relevante gewijzigde feiten of omstandigheden waren die een hernieuwde beoordeling konden rechtvaardigen. De Afdeling stelde vast dat het eerdere oordeel van de rechtbank over de medische situatie en de mogelijkheid tot behandeling na uitzetting onvoldoende was onderbouwd en dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen.
De Afdeling vernietigde zowel de uitspraak van de rechtbank als het besluit van de staatssecretaris en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de aanvraag om uitstel van uitzetting wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.