ECLI:NL:RBDHA:2018:276
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening Spanje
Eiseres, een staatloos Palestijnse afkomstig uit Syrië, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder weigerde de aanvraag in behandeling te nemen omdat op grond van de Dublinverordening Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiseres voerde aan dat Nederland verantwoordelijk zou moeten zijn vanwege haar dochter die in Nederland verblijft en vanwege haar medische situatie.
De rechtbank overwoog dat de dochter van eiseres geen zelfstandige internationale bescherming geniet maar een afgeleide verblijfsvergunning heeft, waardoor artikel 9 van Pro de Dublinverordening niet van toepassing is. Ook is niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 16 over Pro afhankelijkheid, aangezien uit medische stukken en verklaringen niet blijkt dat eiseres of haar dochter afhankelijk zijn van elkaar voor zorg.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht geen gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om de aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich te trekken, omdat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die overdracht aan Spanje onredelijk maken. De medische stukken tonen geen actuele specialistische behandeling of noodzaak daarvan. Ook is Spanje geacht adequate medische zorg te kunnen bieden.
Het beroep op het niet betrekken van het Bureau Medische Advisering faalt omdat de medische stukken onvoldoende aanleiding geven voor nader onderzoek. Ten slotte is vastgesteld dat Spanje op de hoogte was van het verblijf van de dochter in Nederland. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit om haar asielaanvraag niet te behandelen is ongegrond verklaard.