ECLI:NL:RBDHA:2018:2881
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kinderopvangtoeslag wegens niet-woonachtig toeslagpartner in Nederland of EU
Eiseres, gehuwd met een echtgenoot die in 2015 in Marokko woonde, vroeg kinderopvangtoeslag aan. De Belastingdienst stelde de toeslag definitief vast op nihil omdat de echtgenoot als toeslagpartner niet in Nederland, een andere lidstaat of Zwitserland woonachtig was, wat een wettelijke vereiste is.
Eiseres voerde aan dat het huwelijk en de verblijfplaats van haar echtgenoot niet tot het verlies van recht op toeslag mochten leiden, dat zij afhankelijk was van de toeslag om te werken, en dat het vertrouwensbeginsel en motiveringsbeginsel waren geschonden. De rechtbank oordeelde dat de wet dwingendrechtelijk is en geen ruimte laat voor afwijking, ook niet vanwege persoonlijke omstandigheden of onwetendheid.
De rechtbank verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat eiseres geen concrete toezeggingen kon aantonen en dat verstrekte informatie via de Belastingtelefoon onvoldoende was. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel en artikel 4:84 Awb Pro faalde omdat de wet geen discretionaire bevoegdheid aan verweerder geeft.
De rechtbank concludeerde dat de beslissing voldoende is gemotiveerd en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de kinderopvangtoeslag wordt definitief vastgesteld op nihil wegens niet-woonachtige toeslagpartner.