ECLI:NL:RVS:2014:4179
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschotten kinderopvangtoeslag wegens ontbreken geldige overeenkomst
De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluiten van 6 september 2012 de voorschotten kinderopvangtoeslag voor 2008 en 2009 voor appellante herzien en vastgesteld op nihil. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en stelde beroep in bij de rechtbank Gelderland, dat eveneens ongegrond werd verklaard.
Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde onder meer aan dat zij ten onrechte niet is gehoord, dat zij mocht vertrouwen op de door haar overgelegde overeenkomsten, en dat de Belastingdienst niet bevoegd was tot herziening van het voorschot. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante niet heeft aangetoond dat de kinderopvang plaatsvond op grond van een overeenkomst als bedoeld in artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang (Wko). De overgelegde overeenkomsten voldeden niet aan de vereisten, zoals het vermelden van de prijs per uur en het aantal uren opvang per jaar.
Verder is geoordeeld dat het verlenen van een voorschot niet het gerechtvaardigde vertrouwen schept dat aanspraak op toeslag bestaat en dat de Belastingdienst bevoegd is het voorschot te herzien ook zonder wijziging van het verzamelinkomen. Ook het betoog dat terugvordering niet aan een belangenafweging is onderworpen faalt, omdat artikel 26 Awir Pro dit imperatief voorschrijft. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de voorschotten kinderopvangtoeslag wordt bevestigd.