ECLI:NL:RVS:2019:240
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag wegens verblijf toeslagpartner in buitenland
De Belastingdienst/Toeslagen stelde de kinderopvangtoeslag van appellante over 2015 definitief vast op nihil en vorderde het eerder uitbetaalde voorschot terug, omdat haar echtgenoot, die toeslagpartner is, het gehele jaar in Marokko verbleef. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en wees haar beroep op het vertrouwensbeginsel af, mede omdat een medewerker van de Belastingtelefoon slechts advies gaf en geen toezegging deed.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij mocht vertrouwen op het voorschot en het advies van de Belastingtelefoon, en dat zij niet kon worden verweten dat zij als alleenstaande had aangevraagd. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het voorschot geen recht op toeslag garandeert en dat het advies geen rechtens bindende toezegging was. Tevens is appellante zelf verantwoordelijk voor de aanvraag en mocht de Belastingdienst/Toeslagen uitgaan van de door haar verstrekte gegevens.
De Afdeling bevestigde dat de wettelijke bepalingen strikt zijn en dat de Belastingdienst/Toeslagen geen discretionaire bevoegdheid heeft om in deze situatie af te wijken van terugvordering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de kinderopvangtoeslag bevestigd.