ECLI:NL:RBDHA:2018:3849
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik
Verzoeker is op 31 maart 2017 aangehouden voor rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 380 µg/l. Naar aanleiding hiervan heeft het CBR een medisch onderzoek opgelegd dat leidde tot een positieve beoordeling voor diabetes mellitus type 2. Vervolgens werd een aanvullend psychiatrisch onderzoek verricht dat concludeerde dat verzoeker alcoholmisbruik in ruime zin had, in remissie sinds oktober 2017.
Op basis van deze rapportage heeft het CBR het rijbewijs van verzoeker ongeldig verklaard omdat hij niet voldoet aan de geschiktheidseisen. Verzoeker betwist de bevoegdheid van het CBR om het aanvullende onderzoek op te leggen en stelt dat de bevindingen van de psychiater buiten beschouwing moeten worden gelaten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de psychiatrische rapportage voldoende grondslag biedt voor het besluit en dat het CBR niet verplicht is deze buiten beschouwing te laten, ook al is niet duidelijk waarom het aanvullende onderzoek is opgelegd. Het zwaarwegende belang van de verkeersveiligheid weegt zwaarder dan het belang van verzoeker bij het behoud van zijn rijbewijs.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt afgewezen.