Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2018 in de zaak tussen
[eiser], te [plaats], eiser,
het Centraal Administratie Kantoor (CAK), verweerder
Procesverloop
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een voormalig beroepsmilitair woonachtig in Duitsland, ontving sinds 1 april 2016 Nederlandse uitkeringen en werd als verdragsgerechtigde aangemerkt op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Verordening EG 883/2004. Het Centraal Administratie Kantoor (CAK) stelde de voorlopige jaarafrekening 2016 vast en legde een buitenlandbijdrage Zvw op van €3.943,03, waarvan nog €1.266,30 moest worden betaald. Eiser betwistte dat op de uitkering van Loyalis een Zvw-bijdrage was ingehouden, omdat volgens hem premies werknemersverzekeringen reeds waren afgedragen bij de inleg van de levensloopregeling.
De rechtbank oordeelde dat de berekening van de buitenlandbijdrage gebonden is aan de systematiek van de Zvw en de Regeling zorgverzekering, en dat het CAK terecht is uitgegaan van de inkomensgegevens zoals verstrekt door de Belastingdienst. Eiser kon niet aantonen dat Loyalis de Zvw-bijdrage had afgedragen. De rechtbank verwierp het beroep en overwoog dat eiser een verzoek tot betalingsregeling kan indienen.
De uitspraak bevestigt dat de CAK bevoegd is tot volledige heroverweging en dat de wettelijke systematiek strikt gevolgd moet worden bij de berekening van de buitenlandbijdrage. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot vaststelling van de buitenlandbijdrage Zvw over 2016 wordt ongegrond verklaard.