ECLI:NL:CRVB:2016:1241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste berekening buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet met woonlandfactor
Appellant maakte bezwaar tegen de vaststelling van de buitenlandbijdrage over 2009 en 2010 door het Zorginstituut. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de bijdrage over 2009 gegrond wegens te laat bezwaar, en het beroep tegen de bijdrage over 2010 ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de heffingskortingen pas na toepassing van de woonlandfactor in mindering gebracht moesten worden.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de berekeningswijze van de buitenlandbijdrage dwingend is voorgeschreven in de Zorgverzekeringswet en de Regeling zorgverzekering. De grondslag bestaat uit het Zvw-deel, het AWBZ-deel en het nominale deel. De heffingskorting is terecht in mindering gebracht op het AWBZ-deel, waardoor dit deel nihil werd.
De Raad stelde vast dat het Zorginstituut de voorgeschreven systematiek heeft gevolgd en de woonlandfactor correct heeft toegepast op de grondslag, bestaande uit het Zvw-deel en het nominale deel. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.