ECLI:NL:CRVB:2015:4936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet voor in Duitsland wonende appellant
Appellant, woonachtig in Duitsland en met pensioenuitkeringen, werd door het Zorginstituut Nederland aangeslagen voor een buitenlandbijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) over het jaar 2008. Na bezwaar werd de bijdrage verminderd, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en voerde onder meer aan dat de bijdrage ten onrechte werd berekend over lijfrente-uitkeringen en dat het Zorginstituut onrechtmatig verkregen gegevens gebruikte.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de buitenlandbijdrage wettelijk is gebaseerd op het belastbare inkomen, inclusief de uitkeringen van Interpolis, en dat het Zorginstituut gebonden is aan de gegevens van de Belastingdienst. De Raad verwierp het beroep op schending van het rechtszekerheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, en bevestigde dat de bijdrage rechtmatig is vastgesteld. Ook het ontbreken van de handtekening van de rechter op de uitspraak werd als niet rechtsontwrichtend beoordeeld.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling of schadevergoeding.
Uitkomst: De buitenlandbijdrage voor het jaar 2008 wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.