ECLI:NL:RBDHA:2018:4521
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op alleenstaande ouder toeslag bij gehuwde ouder
Eiser had een voorschot kindgebonden budget ontvangen op grond van de norm voor alleenstaande ouders, terwijl hij sinds 2005 gehuwd is en zijn echtgenote als toeslagpartner wordt aangemerkt. Verweerder heeft het voorschot herzien en teruggebracht omdat eiser daardoor ten onrechte een verhoging ontving.
Eiser voerde aan dat zijn echtgenote in een asielzoekerscentrum verbleef en niets bijdroeg aan de verzorging van de kinderen, en beroept zich op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol en artikel 8 van Pro het EVRM. Ook stelde hij dat sprake is van ongelijke behandeling en een schending van het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet als alleenstaande ouder kan worden aangemerkt op grond van de Wet op het kindgebonden budget. De bijzondere omstandigheden en het feit dat eiser voor de Participatiewet wel als alleenstaande wordt beschouwd, leiden niet tot een ander oordeel. De beroepgronden op EVRM en gelijkheidsbeginsel slagen niet, en verweerder had geen discretionaire bevoegdheid om af te zien van terugvordering. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij als gehuwde ouder geen recht heeft op de toeslag voor alleenstaande ouders.