ECLI:NL:RBDHA:2018:4795
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot meegeven van verliezen bij ontvoeging dochtermaatschappij uit fiscale eenheid afgewezen
Eiseres en haar dochtermaatschappij vormden een fiscale eenheid die per 1 januari 2015 werd verbroken vanwege verkoop van aandelen in de dochtermaatschappij. Bij de aangifte vennootschapsbelasting over 2014 verzocht eiseres om verliezen mee te geven aan de dochtermaatschappij. Verweerder honoreerde dit verzoek bij beschikking van 13 oktober 2016. Eiseres stelde dat het verzoek niet rechtsgeldig was omdat het niet gezamenlijk was gedaan en betwistte de beschikking.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek als gezamenlijk kan worden beschouwd indien de wil van beide maatschappijen met de indiening kenbaar wordt gemaakt, ook al staat er slechts één handtekening. Uit de akte van aandelenoverdracht blijkt dat beide partijen de wil hadden om de verliezen mee te geven. Ondanks problemen tussen partijen bleef de wilsovereenstemming bestaan en was eiseres gehouden aan een inspanningsverplichting.
De rechtbank verwijst naar een arrest van de Hoge Raad waarin is bepaald dat een dergelijk verzoek niet eenzijdig kan worden ingetrokken zonder medewerking van de andere partij. Ook de beroepen op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel slagen niet omdat verweerder geen onrechtmatige gedragingen heeft verricht en niet kon ingaan op civielrechtelijke geschillen tussen partijen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot vernietiging van de beschikking af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beschikking tot meegeven van verliezen aan de dochtermaatschappij wordt ongegrond verklaard.