Uitspraak
“Artikel 2.PARTNERALIMENTATIE
Artikel 3.EIGEN INKOMSTEN VROUW
€ 686.469,00.”
€ 350.000 ontvangt, waarbij de rente - in aanvang 5% - telkenjare wordt bijgeschreven bij de hoofdsom en welke pas opeisbaar is bij overlijden van de vrouw. Deze lening zal dienen te worden aangewend om de Rabo-hypotheekschuld op het woonhuis te [woonplaats] (zie art. 6.2 van convenant) gedeeltelijk af te lossen.
nettopartneralimentatie van de vrouw ad € l.450/maand (=bruto € 2.500 minus over 2008 toepasselijke 42% inkomstenbelasting), om onvoorziene redenen toch hoger blijkt te zijn dan het
nettoinkomens(liquiditeits)voordeel wegens het niet feitelijk hoeven te betalen van de rente op de voornoemde lening van de kinderen (5% x € 350.000 = 17.500 : 12 = € 1.458/maand). Wijziging in de inkomstenbelastingwetgeving (waaronder belastingtarieven) en/of overige inkomenspositie van de vrouw worden hierbij echter
nietin aanmerking genomen.”.
1. Looptijd
nettoinkomensachteruitgang van de vrouw vanwege het alsdan daadwerkelijk moeten gaan betalen van (hypotheek)rente over (een gedeelte van) voornoemde eigen woningschuld door de man wordt vergoed.
31 december 2016 resterende renteschuld van € 70.705 per kind per 1 januari 2017 in vijftien jaarlijkse annuïtaire termijnen, met betaling achteraf, uiterlijk 31 december per jaar van aflossing, zal gaan aflossen en dat de per 1 januari 2017 verschuldigde rente over de renteschuld 2% bedraagt.
€ 52.664. Het belastbare inkomen uit sparen en beleggen blijft gehandhaafd op nihil, nu verweerder ter zitting zijn beroep op interne compensatie heeft ingetrokken.