Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2018 in de zaak tussen
[eiser 1] , eiser 1,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopEisers hebben beroep ingesteld tegen de twee afzonderlijke besluiten van verweerder van 26 januari 2017 (de bestreden besluiten).
Overwegingen
- Verweerder heeft ten onrechte Afghanistan als land van herkomst aangemerkt. Eiser 1 heeft daar slechts de eerste 2 tot 3 jaar van zijn leven gewoond en eiser 2 is nog nooit in Afghanistan geweest.
- Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat de vermoedens van eiser 1 over wat hem in verband met de problemen met [naam 2] en [naam 3] te wachten staat niet aannemelijk zijn. Eisers verwijzen naar het algemeen ambtsbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken inzake Afghanistan van november 2016 (ambtsbericht), paragraaf 3.4.7, waaruit volgt dat bloedwraak een sluimerende vete kan zijn, die pas na generaties gewroken wordt. Verder wonen in Bamyan veel Hazara, zodat figuren met een groot netwerk, zoals [naam 3] , in staat moeten worden geacht mensen daadwerkelijk op te sporen.
- Het is voor eisers niet veilig in Afghanistan in het algemeen dan wel in Bamyan in het bijzonder. Gelet op het voorgaande punt, maar ook vanwege de algemene veiligheidssituatie daar.
- Eisers hebben geen enkele binding met Afghanistan of Bamyan . Verweerder veronderstelt ten onrechte dat eisers nog familieleden in Bamyan hebben, maar eisers zijn daar niet van op de hoogte. Zij hebben geen sociaal netwerk in Afghanistan. Onder verwijzing naar het ambtsbericht voeren eisers aan dat zij daardoor negatief zullen worden bejegend en een risico lopen op gedwongen rekrutering. Ook loopt eiser 2 het risico opnieuw slachtoffer te worden van misbruik als ‘dansjongen’.
- Eisers verwijzen naar verschillende rapportages ten aanzien van de veiligheidssituatie in Afghanistan in het algemeen en voor Hazara in het bijzonder.
- Er is onvoldoende rekening gehouden met de belangen van eiser 2, terwijl hij een kwetsbare minderjarige is. Eiser 2 heeft een posttraumatische stressstoornis (PTSS), kampt met angst- en slaapproblemen en heeft psychiatrische zorg nodig. Hij heeft in Afghanistan geen netwerk, heeft niet geleerd hoe zich daar te redden en zal daar gelet op zijn accent worden gezien als buitenstaander. Verder is hij analfabeet en verwesterd. Overgelegd zijn een gedragswetenschappelijke rapportage over eiser 2 van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) van 16 maart 2017, een verwijsbrief van de huisarts aan de GGZ van 16 februari 2017, een brief van de jeugdarts op het AZC van 18 maart 2017 en het patiëntdossier van eiser 2. Uit de rapportage van de RUG blijkt dat er in Afghanistan geen behandelmogelijkheden voor eiser 2 zijn. In de rapportage van de RUG wordt ook opgemerkt dat eiser 1 zijn best doet om voor eiser 2 te zorgen, maar dat hij niet volledig in staat is de ouderrol op zich te nemen en hij slechts een beperkt affectief klimaat kan bieden voor eiser 2. Behandeling is dan des te meer van belang. Verder blijkt uit voormelde stukken dat de psychische problemen van eiser 2 bij ‘terugkeer naar’ Afghanistan worden versterkt en de ontwikkeling van eiser 2 niet is gewaarborgd.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- draagt verweerder op nieuwe besluiten te nemen op de aanvragen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.503,-.