ECLI:NL:RBDHA:2018:5342
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning langdurig verblijvende kinderen wegens onvoldoende meewerken vertrek
Eisers, een gezin met Russische nationaliteit, verbleven sinds 2010 in Nederland en vroegen een verblijfsvergunning aan op grond van de Regeling langdurig verblijvende kinderen. Hun eerdere asielaanvragen waren afgewezen vanwege valse documenten en ongeloofwaardige verklaringen. De aanvraag voor de verblijfsvergunning werd afgewezen omdat zij niet voldeden aan het meewerkcriterium en andere contra-indicaties uit de Vreemdelingencirculaire.
De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende hadden meegewerkt aan hun vertrek, onder meer doordat zij niet de noodzakelijke stappen hadden ondernomen om reisdocumenten te verkrijgen, ondanks aanwijzingen en uitleg. De rechtbank liet de beoordeling van andere contra-indicaties buiten beschouwing omdat dit de uitkomst niet zou veranderen.
Eisers voerden aan dat gedwongen vertrek hun privéleven zou schenden op grond van artikel 8 EVRM Pro, onder meer vanwege de culturele vervreemding van de kinderen. De rechtbank stelde echter vast dat verweerder een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een voortzetting van het verblijf in Nederland rechtvaardigden.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat er geen aanleiding is tot vrijstelling van het mvv-vereiste. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak werd in het openbaar gedaan op 3 mei 2018.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens onvoldoende meewerken aan vertrek.