ECLI:NL:RBDHA:2018:6050
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verbetering verstekvonnis wegens inhoudelijke misslag rechtbank
In deze civiele procedure verzocht de gedaagde de rechtbank om het verstekvonnis van 11 april 2018 te verbeteren, zodat hij alsnog een conclusie van antwoord kon nemen zes weken na zuivering van het verstek. De rechtbank stelde de VVE in de gelegenheid om op dit verzoek te reageren, die bezwaar maakte op grond van artikel 31 Rv Pro, stellende dat verbetering alleen mogelijk is bij kennelijke fouten die eenvoudig te herstellen zijn, hetgeen hier niet het geval was.
De rechtbank oordeelde dat het verstekvonnis abusievelijk was gewezen terwijl het verstek de dag ervoor was gezuiverd. Dit betreft echter een inhoudelijke of processuele misslag en geen kennelijke fout die eenvoudig te herstellen is. De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad die bevestigt dat een rechterlijke einduitspraak niet kan worden hersteld op grond van een eigen misslag.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek om verbetering daarom moest worden afgewezen. De VVE had bovendien aangegeven geen dwangsommen te zullen vorderen en het vonnis voorlopig niet te zullen executeren in afwachting van hoger beroep. Het vonnis werd uitgesproken door mr. M.J. Alt-van Endt op 16 mei 2018.
Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van het verstekvonnis wordt afgewezen wegens gebrek aan een kennelijke fout die eenvoudig te herstellen is.