ECLI:NL:RBDHA:2018:6110
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens gevaar voor de samenleving onvoldoende gemotiveerd
Eiser, een Iraakse staatsburger, kreeg in 2005 een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Verweerder trok deze vergunning in met terugwerkende kracht tot 2013 vanwege ernstige strafbare feiten, waaronder poging zware mishandeling en drugssmokkel, en legde een inreisverbod op. Verweerder stelde dat de vluchtelingenstatus niet meer actueel was en dat de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing was.
De rechtbank oordeelt dat de Kwalificatierichtlijn wel van toepassing is op de intrekking van de verblijfsvergunning en dat de Nederlandse wetgeving gunstiger is dan de richtlijn. Voor intrekking op grond van gevaar voor de samenleving is vereist dat het persoonlijke gedrag van eiser een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging vormt. Verweerder heeft dit onvoldoende gemotiveerd.
Daarom is het besluit in strijd met het motiveringsbeginsel genomen en wordt het vernietigd. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het gevaar voor de samenleving.