ECLI:NL:RVS:2016:1780
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel wegens ondeugdelijke motivering
De staatssecretaris heeft op 16 oktober 2014 de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en een inreisverbod uitgevaardigd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen de intrekking ongegrond, maar vernietigde het besluit voor zover het het inreisverbod betrof. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd direct samenvalt met de vluchtelingenstatus en dat de intrekking daarvan onder de Kwalificatierichtlijn valt. De staatssecretaris heeft ten onrechte alleen gekeken naar de veroordeling en niet gemotiveerd waarom de vreemdeling een actuele bedreiging vormt, terwijl de vreemdeling sinds 2008 geen strafbare feiten meer pleegde en positieve maatschappelijke ontwikkelingen heeft doorgemaakt.
De Afdeling vernietigt daarom het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wegens ondeugdelijke motivering. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en dat van de vreemdeling gegrond. Het beroep tegen het inreisverbod wordt bevestigd, omdat de staatssecretaris dit besluit voldoende heeft gemotiveerd en het belang van het privéleven van de vreemdeling heeft betrokken in de belangenafweging.
De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze het beroep tegen de intrekking ongegrond verklaarde en bevestigd voor het overige.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering; het inreisverbod wordt bevestigd.