ECLI:NL:RBDHA:2018:6596
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging informatiebeschikking wegens disproportionele bewijslastverzwaring
Eiser, enig aandeelhouder en directeur van een vennootschap, werd door verweerder geconfronteerd met een informatiebeschikking met negen vragen in het kader van een boekenonderzoek naar inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2008. Acht van deze vragen waren niet eerder aan eiser gesteld. De rechtbank oordeelt dat alleen de negende vraag terecht was gesteld en dat de overige vragen niet voldeden aan de vereiste informatieverplichting.
De rechtbank overweegt dat de bevoegdheid van verweerder om een informatiebeschikking te geven niet beperkt is tot de aanslagregelende fase maar ook in de bezwaarfase kan worden toegepast, mits dit niet leidt tot schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De rechtbank constateert dat verweerder de informatiebeschikking niet oneigenlijk heeft gebruikt om de beslistermijn te verlengen.
Ten aanzien van de gevraagde facturen oordeelt de rechtbank dat eiser als Ultimate Beneficial Owner voldoende mogelijkheden had om deze te verkrijgen, en dat het niet overleggen hiervan terecht tot een informatiebeschikking kon leiden. Voor de overige vragen geldt dat deze niet eerder aan eiser waren gesteld en daarom niet konden worden betrokken bij de informatieplicht. De rechtbank concludeert dat de omkering en verzwaring van de bewijslast niet in verhouding staat tot het niet voldoen aan de informatieverplichting en vernietigt de informatiebeschikking.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de informatiebeschikking en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar.