ECLI:NL:RBDHA:2018:7135
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier voor gezinsleven op grond van artikel 8 EVRM
Eiseres, een Filipijnse nationaliteit houdende vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor het doel gezinsleven met haar partner en minderjarige kinderen in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder stelde dat uitzetting niet in strijd was met artikel 8 EVRM Pro en dat eiseres niet vrijgesteld kon worden van het mvv-vereiste.
Eiseres betoogde dat verweerder ten onrechte geen vrijstelling van het mvv-vereiste had verleend en dat de belangenafweging niet correct was uitgevoerd, mede gelet op de belangen van de minderjarige kinderen en relevante Europese regelgeving en jurisprudentie. De rechtbank overwoog dat eiseres met haar partner familieleven is gaan uitoefenen zonder verblijfstitel, waardoor de gevolgen hiervan voor haar zijn. Ook is niet gebleken dat het familieleven in de Filipijnen niet mogelijk is en dat de kinderen zich niet kunnen aanpassen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de belangenafweging zorgvuldig had gemaakt en dat het beroep ongegrond is. Tevens was het niet onjuist dat in de bezwaarprocedure geen hoorzitting had plaatsgevonden, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning regulier voor gezinsleven wordt ongegrond verklaard.