ECLI:NL:RBDHA:2018:7387
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens ondeugdelijke motivering gebruik niet-beëdigde tolk bij Dublinprocedure
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, onder meer vanwege het ontbreken van een beëdigde tolk tijdens het Aanmeldgehoor Dublin.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom geen beëdigde tolk beschikbaar was en het gebruik van een niet-beëdigde tolk niet deugdelijk had onderbouwd, wat een motiveringsgebrek opleverde. Desondanks liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat eiser tijdens het gehoor aangaf de tolk goed te verstaan en geen misverstanden had gemeld.
Verder oordeelde de rechtbank dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije van toepassing is, ondanks zorgen over detentieomstandigheden. Eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Bulgarije niet aan zijn verplichtingen voldoet. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten van € 501,-.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard wegens ondeugdelijke motivering gebruik niet-beëdigde tolk, rechtsgevolgen blijven in stand.