ECLI:NL:RBDHA:2018:7487
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaar tegen DNA-afname minderjarige veroordeelde
De minderjarige bezwaarde werd veroordeeld voor diefstal in vereniging met bedreiging, medeplegen van wapenbezit en overtreding milieuregelgeving, en kreeg een taakstraf opgelegd. Op grond van de Wet DNA werd celmateriaal afgenomen om een DNA-profiel te bepalen. Bezwaarde maakte bezwaar tegen de DNA-afname, stellende dat bijzondere omstandigheden en zijn leeftijd een uitzondering rechtvaardigen.
De officier van justitie stelde dat geen uitzonderingsgrond van toepassing is, mede vanwege de bewezen rol van bezwaarde en het risico op recidive. De verdediging voerde aan dat bezwaarde destijds vijftien jaar was, persoonlijke problematiek had, geen actieve handelingen pleegde maar slechts toekeek, en begeleiding ontvangt waardoor recidive onwaarschijnlijk is.
De rechtbank oordeelde dat de uitzonderingsgrond 'bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is begaan' van toepassing is. De leeftijd, persoonlijke problematiek en geringe rol bij het delict maken dat het bepalen en verwerken van het DNA-profiel niet van betekenis is voor opsporing en vervolging. Daarom werd het bezwaar gegrond verklaard en vernietiging van het celmateriaal bevolen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van de minderjarige veroordeelde wordt gegrond verklaard en het celmateriaal wordt vernietigd.