ECLI:NL:RBDHA:2018:761
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
CBR verklaart beroep ongegrond inzake schorsing rijbewijs wegens psychiatrische problemen
Eiser werd geconfronteerd met een besluit van het CBR waarbij zijn rijbewijs werd geschorst en hem een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid werd opgelegd, naar aanleiding van een melding van onveilig rijgedrag en vermoedens van psychiatrische problemen. De korpschef had het CBR geïnformeerd over het vermoeden dat eiser niet meer geschikt was om een motorvoertuig te besturen.
Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was genomen, mede omdat hij meende dat de getuigenverklaringen onjuist waren en dat het besluit te laat was genomen. De rechtbank oordeelde dat het vermoeden van ongeschiktheid terecht was gebaseerd op meerdere feiten, waaronder verklaringen van een getuige, politie en ambulancepersoneel, die samen een beeld schetsten van een verwarde toestand van eiser.
De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat het besluit onzorgvuldig was genomen en benadrukte dat eiser de mogelijkheid had om eerder bezwaar te maken of een voorlopige voorziening te vragen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het CBR tot schorsing van het rijbewijs en oplegging van een onderzoek is ongegrond verklaard.