ECLI:NL:RVS:2016:1788
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer door CBR
Het CBR legde appellant op 16 juni 2014 een Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer (LEMA) op naar aanleiding van een proces-verbaal van 17 mei 2014 waarin werd vastgesteld dat appellant met een ademalcoholgehalte van 405 µg/l reed. Appellant voerde aan dat hij pas na het parkeren van zijn bestelwagen alcohol had genuttigd en dat de tijdstippen in het proces-verbaal onjuist waren.
De rechtbank oordeelde dat het CBR terecht uitging van de juistheid van het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal en dat appellant onvoldoende tegenbewijs had geleverd om hiervan af te wijken. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de verklaringen van appellant niet aannemelijk zijn en niet ondersteund worden door objectief bewijs.
De Raad overweegt dat het tijdsbestek tussen het rijden en de ademtest te kort is voor de door appellant geschetste gang van zaken. Ook acht de Raad de verklaring dat appellant zijn bestelbus parkeerde om met vrienden te gaan drinken en vervolgens met de metro verder te reizen niet aannemelijk. De opgelegde LEMA blijft daarmee in stand en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de oplegging van de LEMA door het CBR en verklaart het hoger beroep ongegrond.