ECLI:NL:RVS:2014:3517
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs na onderzoek geschiktheid door CBR
Het CBR legde appellant een onderzoek naar rijgeschiktheid op en schorste zijn rijbewijs na een melding van de politie over gevaarlijk rijgedrag en gedragsproblemen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees zijn schadeverzoek af. Appellant stelde dat de processen-verbaal vals waren en het besluit bedoeld was om een poging tot doodslag door een agent te maskeren, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De Raad van State overwoog dat het CBR terecht uitging van de juistheid van de op ambtseed opgemaakte processen-verbaal en dat het vermoeden van ongeschiktheid voldoende was voor het opleggen van het onderzoek. De rechtbank had terecht geoordeeld dat er duidelijke aanwijzingen waren voor geestelijke problemen die rijgeschiktheid beïnvloeden, waarop de schorsing gebaseerd was.
Het verzoek om ontslag van betrokken ambtenaren werd niet in behandeling genomen omdat dit niet binnen de bestuursrechtelijke procedure viel. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat het hoger beroep ongegrond was en de wet nadeelcompensatie niet van toepassing was op besluiten voor de inwerkingtreding.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de schorsing van het rijbewijs wordt bevestigd.