ECLI:NL:RBZWB:2023:3687
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking Nederlanderschap wegens terrorismeveroordeling
Verzoekster, die sinds 1998 de Nederlandse nationaliteit bezit, is bij een onherroepelijk vonnis veroordeeld voor deelname aan een terroristische organisatie en het voorbereiden van terroristische misdrijven in Syrië. Op grond hiervan heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid haar Nederlanderschap ingetrokken. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening, omdat het verlies van het Nederlanderschap ingrijpende gevolgen heeft, zoals het stilvallen van haar re-integratietraject en het wegvallen van sociale voorzieningen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de intrekking ernstige gevolgen heeft voor verzoekster en haar gezin, onder meer doordat zij haar kinderen niet meer met de auto kan vervoeren en haar dagbestedingsplan niet kan uitvoeren. Het reclasseringsrapport van april 2023 toont aan dat verzoekster momenteel geen bedreiging vormt voor de openbare orde en dat het recidiverisico laag-gemiddeld is. Hoewel de strafbare feiten ernstig zijn, ontbreekt een concrete onderbouwing van het gevaar voor de nationale veiligheid door de staatssecretaris.
De voorzieningenrechter weegt het belang van verzoekster om behandeld te worden als Nederlandse tijdens de bezwaarprocedure zwaarder dan het belang van de staatssecretaris bij onmiddellijke werking van het besluit. Daarom wordt het primaire besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: Het primaire besluit tot intrekking van het Nederlanderschap wordt geschorst tot zes weken na beslissing op bezwaar.