Eisers ontvingen vanaf 1 mei 2008 een Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO‑aanvulling). Verweerder trok deze aanvulling in over de periode 1 mei 2008 tot en met 31 december 2016 en vorderde €39.199,89 terug wegens niet-melding van vermogen in Turkije. Eisers betwistten dat zij eigenaar zijn van de percelen en voerden onjuistheden aan in de taxaties, die onvertaald in het Turks waren overgelegd.
De rechtbank oordeelde dat eisers hun inlichtingenplicht hadden geschonden door het bezit van onroerend goed niet te melden. De kadastrale gegevens en een bezoek ter plaatse toonden aan dat percelen op naam van eisers stonden, en de verklaring van een buurtbewoner was onvoldoende om dit te weerleggen. De onvertaalde taxatierapporten werden als voldoende begrijpelijk beoordeeld, hoewel dit formeel onzorgvuldig was, maar dit leidde niet tot benadeling van eisers.
De rechtbank bevestigde dat de intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling terecht was, omdat het vermogen boven de vermogensgrens lag en het recht op bijstand daardoor niet kon worden vastgesteld. De proceskosten werden aan verweerder opgelegd en het griffierecht aan eisers vergoed. Het beroep werd ongegrond verklaard.