ECLI:NL:CRVB:2014:2482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens vermogen in buitenlands vastgoed en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen langdurig bijstand en waren eigenaar van een appartementencomplex in Turkije, dat zij niet hadden gemeld aan het college. Na onderzoek door het IBF en sociale recherche werd de bijstand over de periode 1998-2009 ingetrokken vanwege het bezit van vermogen boven de vermogensgrens en schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij niet over het vermogen beschikten. De taxatie van het vastgoed werd als betrouwbaar beoordeeld, ondanks betwisting door appellanten.
Voor de periode 29 april tot 30 juni 2009 was het college echter niet geslaagd in het bewijs dat appellanten vermogen boven de grens hadden, waardoor het besluit voor die periode werd vernietigd. De overige intrekkingen bleven in stand. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd voor de periode 29 april tot 30 juni 2009, maar blijft in stand voor de eerdere periode.