ECLI:NL:RBDHA:2018:8293
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en oplegging inreisverbod aan Tunesische vreemdeling
Eiser, een Tunesische nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij vanwege dreiging van eerwraak en bedreigingen door criminele familieleden van zijn vriendin niet veilig was in Tunesië. Verweerder wees de aanvraag af op grond van het feit dat Tunesië als veilig land van herkomst wordt beschouwd en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk bescherming ontbeert.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Tunesië in zijn specifieke geval niet veilig is. Hij had geen aangifte gedaan of bescherming gezocht bij Tunesische autoriteiten, en zijn argument dat hij strafbaar zou zijn bij het doen van aangifte was onvoldoende onderbouwd. Ook werd meegewogen dat eiser zich niet direct bij binnenkomst in Nederland had gemeld voor asiel, waardoor de aanvraag ook op die grond als kennelijk ongegrond kon worden afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk, maar ongegrond. Tevens werd het opgelegde inreisverbod en het terugkeerbesluit bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen dit vonnis kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.