ECLI:NL:RBDHA:2018:8337
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor gezinsleven met referent op grond van artikel 8 EVRM
Eiseres, Somalische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier om gezinsleven te kunnen uitoefenen met haar Nederlandse partner (referent) en stiefzoon. De aanvraag werd afgewezen vanwege een licht inreisverbod en het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder stelde dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van artikel 3.71 Vreemdelingenbesluit 2000, omdat uitzetting niet in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro.
Eiseres voerde aan dat zij zorgt voor haar zieke partner en stiefzoon en dat het gezin als geheel moet worden beschouwd, met beroep op het arrest Chavez-Vilchez. Zij stelde dat de medische situatie van haar partner en stiefzoon een objectieve belemmering vormt om het gezinsleven in Somalië voort te zetten en dat zij ten onrechte niet is gehoord.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiseres niet voldeed aan het mvv-vereiste en dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro in haar nadeel uitviel. De medische situatie was onvoldoende onderbouwd met objectief verifieerbare stukken, waardoor geen advies van het Bureau Medische Advisering nodig was. Er was geen bewijs van een meer dan normale emotionele band tussen eiseres en haar stiefzoon, noch dat de zorg exclusief door haar moest worden verleend. Ook het beroep op het arrest Chavez-Vilchez faalde omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de stiefzoon het EU-grondgebied zou moeten verlaten.
Ten slotte was het niet horen van eiseres in bezwaar gerechtvaardigd omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.