ECLI:NL:RBDHA:2018:9325
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens statushouderschap in Griekenland
Eisers, van Syrische nationaliteit, dienden asielaanvragen in Nederland in nadat zij in Griekenland internationale bescherming hadden gekregen. De Staatssecretaris verklaarde hun aanvragen niet-ontvankelijk op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat Griekenland hun bescherming zou waarborgen.
Eisers voerden aan dat de situatie voor statushouders in Griekenland slecht is en dat zij geen adequate hulp ontvingen, onder meer vanwege erbarmelijke leefomstandigheden en het ontbreken van medische zorg. Zij beroepen zich op artikel 3 en Pro artikel 8 EVRM Pro en vroegen om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.
De rechtbank volgde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die oordeelde dat de situatie in Griekenland moeilijk maar niet onaanvaardbaar is en dat statushouders toegang hebben tot arbeidsmarkt, gezondheidszorg en onderwijs. Eisers hadden onvoldoende aannemelijk gemaakt dat terugkeer onredelijk was.
De rechtbank concludeerde dat het niet-ontvankelijk verklaren terecht was en wees de beroepen af. Er was geen aanleiding voor prejudiciële vragen of voorlopige voorzieningen.
De uitspraak werd gedaan door rechter Sinack, en de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd vermeld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de asielaanvragen niet-ontvankelijk omdat eisers reeds statushouders zijn in Griekenland en terugkeer redelijk is.