Eiseres ontving een WW-uitkering vanaf 15 april 2014. Na anonieme meldingen dat zij paardenhalsters en accessoires via internet verkocht, stelde het UWV een onderzoek in. Dit leidde tot herziening van haar uitkering en terugvordering van een deel van het bedrag. Verweerder schatte dat eiseres acht uur per week als zelfstandige werkte, maar eiseres betwistte dit en stelde dat zij slechts tweeënhalf uur per week aan deze hobby besteedde.
De rechtbank oordeelt dat eiseres werkzaamheden als zelfstandige verrichtte en daarmee haar recht op WW-uitkering verloor. Echter, de schatting van verweerder berustte op onvoldoende feitelijke grondslag omdat niet is onderzocht of de door eiseres opgegeven uren juist waren. De urenregistraties ondersteunen haar stelling dat de acht uur per week niet representatief is.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht en draagt zij verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldig en voldoende onderzoek door het bestuursorgaan bij herziening en terugvordering van uitkeringen.