ECLI:NL:RBDHA:2018:9403
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag vennootschapsbelasting wegens onjuiste belaste vrijval herinvesteringsreserve
Eiseres, een besloten vennootschap, maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting over 2010 waarin de inspecteur een belaste vrijval van de herinvesteringsreserve (HIR) had opgenomen. De rechtbank oordeelde dat eiseres geen aangifte had gedaan, waardoor de bewijslast omkeerde en verzwaarde, maar dat de aanslag ambtshalve op een redelijke schatting moest worden vastgesteld.
De rechtbank stelde vast dat de HIR in 2002 terecht was vrijgevallen en dat voor 2010 een lagere belaste vrijval van €293.881 passend was, verminderd met het door eiseres aangegeven verlies van €17.131, resulterend in een belastbaar bedrag van €276.750. De rechtbank verwierp de stellingen van eiseres over schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Verder oordeelde de rechtbank dat de verzuimboete wegens termijnoverschrijding met 20% moest worden verminderd tot €1.968 en kende zij een immateriële schadevergoeding van €2.500 toe wegens de lange duur van de bezwaarprocedure. Ook werden proceskosten van €249 toegewezen en het betaalde griffierecht van €334 vergoed.
De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar en treedt in de plaats daarvan. Het hoger beroep staat open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting 2010 wordt verminderd tot een belastbaar bedrag van €276.750, de verzuimboete tot €1.968, en eiseres ontvangt een immateriële schadevergoeding van €2.500 en proceskostenvergoeding.