ECLI:NL:RBDHA:2018:9535
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in zaak over verzoeken om onderdak en vertrekvoorwaarden migranten
Eisers, migranten zonder rechtmatig verblijf en met medische problemen, deden in februari en maart 2018 vier verzoeken aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eisers 1 en 3 vroegen om onderdak in een beschermde woonomgeving, terwijl eisers 1, 2 en 3 vroegen om duidelijkheid over de voorwaarden waaraan zij moeten voldoen om mee te werken aan hun vertrekplicht uit Nederland.
Omdat de staatssecretaris niet tijdig reageerde, stelden eisers hem in gebreke en dienden zij vier beroepen in bij de rechtbank wegens het uitblijven van een feitelijke handeling. Tijdens de zitting erkenden partijen dat het niet ging om het uitblijven van een besluit, maar om het uitblijven van een feitelijke handeling waarop bezwaar en beroep mogelijk zijn volgens artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De staatssecretaris reageerde op 7 juni 2018 met een brief waarin hij algemene informatie gaf over de mogelijkheden voor onderdak bij de vrijheidsbeperkende locatie ter Apel en beschermd wonen via gemeenten en zorgverleners. De rechtbank oordeelde dat de verzoeken van eisers geen verzoeken om een feitelijke handeling waren waarop de staatssecretaris moest reageren. Het verstrekken van algemene informatie is geen feitelijke handeling die rechtens relevant is.
De rechtbank concludeerde dat zij daarom onbevoegd is om kennis te nemen van de beroepen van eisers, omdat er geen bezwaar en beroep openstond tegen het niet tijdig verrichten van een feitelijke handeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak werd openbaar gedaan op 19 juni 2018.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de beroepen wegens het ontbreken van een feitelijke handeling waarop bezwaar en beroep openstaan.