Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
nietopgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. Voorts is geen sprake van een rechterlijke beslissing waarin is bepaald dat uitzetting van eiser achterwege dient te blijven totdat op het beroepschrift is beslist. Eiser had dus vanaf 16 juli 2018, de datum waarop tevens het verlengingsbesluit is genomen, geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder Pro h, van de Vw 2000, zodat verweerder geen toepassing kon en mocht geven aan artikel 59b, derde lid, van de Vw 2000.
Beslissing
- verklaart zich niet bevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het separate verlengingsbesluit;
- verklaart het beroep tegen het voortduren van de bewaring gegrond;
- beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van heden;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.760,- (zeventienhonderdenzestig euro);
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.002,-.
H.J. Renders, griffier.