Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. M.L.F. de Leeuw, griffier.
Rechtbank Rotterdam
In juli 2018 werd aan de vreemdeling een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59b lid 1 van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd verlengd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (SvJ&V) op basis van artikel 59b lid 3 Vw, zonder dat de vreemdeling vooraf is gehoord. De aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd werd afgewezen op grond van artikel 31 jo Pro. 30b lid 1 sub h Vw, waardoor de schorsende werking van artikel 82 lid 1 Vw Pro niet van toepassing was.
De vreemdeling stelde beroep in tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank toetste of de maatregel sinds het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig was en oordeelde dat de verlenging terecht was gemotiveerd, mede onder verwijzing naar het arrest Gnandi van het Hof van Justitie van de EU. Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het beroep tegen de verlenging van de maatregel behoefden niet gelijktijdig te worden behandeld.
De rechtbank verwierp de stellingen van de vreemdeling dat hij onterecht niet was gehoord, dat het dossier incompleet was, dat de maatregel onrechtmatig was vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf, en dat onrechtmatig contact was opgenomen met buitenlandse autoriteiten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.