Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 juli 2017, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het tussenvonnis van 20 december 2017, waarbij een comparitie van partijen is gelast;
- twee aktes houdende productie van Telecom Vastgoed van 5 februari 2018, ieder met één productie;
- de akte houdende nadere producties van KPN van 5 februari 2018, met producties;
- het buiten aanwezigheid van partijen opgemaakte proces-verbaal van comparitie van 5 februari 2018, de daarin genoemde pleitnotities en de opmerkingen over het proces-verbaal van KPN bij brief van 14 januari 2019 en van Telecom Vastgoed bij brief van 22 januari 2019.
2.De feiten
akte houdende de overeenkomst tot en de vestiging van een kwalitatieve verplichting en de vestiging van vruchtgebruik op huurpenningen” . In deze akten is de Landlord aangeduid als “Eigenaar” en KPN als “Telecom Operator”. De akten vermelden, voor zover thans van belang, tenminste het volgende:
Considerans
akte houdende de overeenkomst tot en de vestiging van een kwalitatieve verplichting en de vestiging van vruchtgebruik op retributie/andere geldelijke verplichtingen”. In deze akten is de Landlord aangeduid als “Eigenaar” en KPN als “Telecom Operator”. De akten vermelden, voor zover thans van belang, onder meer het volgende:
Considerans
3.Het geschil
€ 18.150;
4.De beoordeling
Geen of onvoldoende belang?
vorderingsrechtenten aanzien van huurpenningen/retributies, maar op de
huurpenningen/retributieszelf. KPN stelt dat voorafgaand aan de betaling daarvan hoogstens sprake kan zijn van vier stadia van een vordering op huurpenningen/retributies:
Het recht van vruchtgebruik rust op de periodieke huurpenningen, alsmede op alle andere geldelijke verplichtingen welke als vorderingsrechten van de Eigenaar voortvloeien uit de Huurovereenkomst.”
vorderingsrechtenmet betrekking tot de huurpenningen/retributies.