ECLI:NL:RBDHA:2019:11278
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verlies duurzaam verblijfsrecht door afwezigheid van meer dan twee jaar uit Nederland
Eiseres, een Britse staatsburger, had sinds 1993 een verblijfsdocument als burger van de Unie en sinds 2010 een verblijfsdocument voor duurzaam verblijf. Zij vertrok in 2009 naar het Verenigd Koninkrijk waar zij studeerde en werkte, terwijl zij Nederland slechts sporadisch bezocht.
Verweerder beëindigde haar duurzaam verblijfsrecht op grond van artikel 8, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiseres meer dan twee achtereenvolgende jaren afwezig was geweest. Eiseres voerde aan dat haar bezoeken aan Nederland de afwezigheid onderbraken en dat het begrip afwezigheid slechts feitelijk moest worden uitgelegd.
De rechtbank volgde de uitleg van het Hof van Justitie in de arresten Dias en Lassal dat het begrip afwezigheid ook kwalitatief moet worden uitgelegd, waarbij integratie in het gastland centraal staat. De rechtbank concludeerde dat eiseres haar hoofdverblijf had verplaatst naar het VK en dat haar sporadische bezoeken onvoldoende waren om haar integratieband met Nederland te behouden.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is het duurzaam verblijfsrecht van eiseres terecht beëindigd. De rechtbank zag geen aanleiding voor prejudiciële vragen en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het duurzaam verblijfsrecht wordt beëindigd wegens afwezigheid van meer dan twee achtereenvolgende jaren uit Nederland.