Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank oordeelt als volgt.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Eritrese vrouw, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 9 juli 2019, waarin haar nareisaanvraag werd afgewezen. Zij verkeerde in bewijsnood omtrent haar identiteit en de familierechtelijke relatie met haar echtgenoot, referent, die een verblijfsvergunning asiel heeft.
Verweerder heeft de kerkelijke huwelijksakte onderzocht via Bureau Documenten, dat concludeerde dat deze waarschijnlijk niet bevoegd was opgemaakt. Hierdoor werd de huwelijksakte niet als bewijs erkend. Verweerder heeft geen aanvullend onderzoek verricht omdat er geen sprake was van bewijsnood of substantieel indicatief bewijs.
De rechtbank oordeelt dat verweerder in strijd met het vertrouwensbeginsel heeft gehandeld door eiseres niet te horen, terwijl dit was toegezegd. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Echter, de rechtbank laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat een hoorzitting geen andere uitkomst had kunnen geven.
Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres en moet het griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert op 24 oktober 2019.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens schending van het vertrouwensbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.