Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
(feit 1 primair)dan wel het samen met een ander gebruik maken van valse verantwoordingsformulieren, werkbriefjes en administratie in de periode van 1 juli 2010 tot en met 29 december 2014
(feit 1 subsidiair);
feit 2);
feit 3);
3.Bewijsoverwegingen
Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat op grond hiervan niet buiten redelijke twijfel vastgesteld kan worden dat de facturen van [bedrijf 2] vals zijn.
[zorgbureau] en/of [zorgbureau] .valselijk en in strijd met de waarheid:
ndie geschriften echt en onvervalst, - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - bestaande dat gebruik maken (telkens) hierin dat voornoemde geschriften zijn verstuurd naar het [bedrijf 3] , bestaande de valsheid hierin dat:
31 december 2010, te Schiedam en/of (elders) in Nederland, meermalen, haar (bedrijfs)administratie, zijnde die (bedrijfs)administratie een (samenstel) van geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt, dat valselijk opmaken van die (bedrijfs)administratie heeft hierin bestaan dat [zorgbureau] in die (bedrijfs)administratie opzettelijk:
31 december 2013, te Schiedam en/of (elders) in Nederland, meermalen, haar (bedrijfs)administratie, zijnde die (bedrijfs)administratie een (samenstel) van geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt, dat valselijk opmaken van die (bedrijfs)administratie heeft hierin bestaan dat [zorgbureau] in die (bedrijfs)administratie opzettelijk:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
18 (achttien) maanden;