Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam] eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 2 mei 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Overwegingen
knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (
personal participation).
knowing participationis volgens dit beleid in ieder geval sprake als de vreemdeling heeft gewerkt bij een organisatie waarvan verweerder heeft aangetoond dat deze zich op systematische wijze en/of op grote schaal schuldig heeft gemaakt aan de misdrijven die genoemd worden in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, of wanneer de vreemdeling heeft deelgenomen aan handelingen waarvan hij wist of had moeten weten dat het dergelijke misdrijven betrof.
personal participationis volgens dit beleid onder meer sprake als de vreemdeling een misdrijf als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag heeft gefaciliteerd. Dat is het geval als het handelen en/of nalaten van de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het betreffende misdrijf. Daarvan kan worden gesproken wanneer de bijdrage een effect heeft gehad op het begaan van het misdrijf en deze hoogstwaarschijnlijk niet op dezelfde wijze had plaatsgevonden indien niemand de rol van de vreemdeling had vervuld of indien de vreemdeling gebruik had gemaakt van mogelijkheden om het misdrijf tegen te houden.
knowing participationzoals bedoeld in C2/7.10.2.4 van de Vc. Voor dit gedeelte van de beoordeling is niet relevant of dergelijke misdrijven blijkens openbare bronnen zijn gepleegd door personen met de functie die eiser bekleedde, dan wel door personen werkzaam bij de afdelingen waar eiser werkzaam is geweest. Daarnaast kan met de stelling dat er na het jaar 2000 verbeteringen zijn doorgevoerd binnen de Turkse politie naar zijn aard niet worden betoogd dat er in de periode daaraan voorafgaand geen sprake was van wijdverbreide misdrijven zoals bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag.
personal participationniet vereist dat eiser persoonlijk misdrijven zoals bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag heeft gepleegd. Immers, zoals blijkt uit het hiervoor aangehaalde beleid in C2/7.10.2.4 van de Vc, is vereist dat de vreemdeling met zijn handelen of nalaten een wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling [10] blijkt dat hiervoor slechts relevant is of de bijdrage van die vreemdeling feitelijk effect heeft gehad op het begaan van die misdrijven en of deze hoogstwaarschijnlijk niet op dezelfde wijze zouden hebben plaatsgevonden indien niemand de rol van die vreemdeling had vervuld, dan wel indien die vreemdeling gebruik had gemaakt van mogelijkheden om die misdrijven te voorkomen. Ook blijkt uit deze jurisprudentie dat de aanwezigheid van anderen voor dezelfde taken niet bepalend is. De rechtbank ziet geen reden om daarover in deze zaak anders te oordelen.
personal participationvanwege het overdragen van arrestanten aan de antiterreureenheid in de wetenschap dat zij het risico liepen te worden gemarteld. De omstandigheid dat eiser erop toezag dat de arrestanten die onder zijn verantwoordelijkheid vielen steeds goed werden behandeld maakt dat niet anders, nu de overdracht van arrestanten aan de antiterreureenheid nu juist tot gevolg had dat eiser elke zeggenschap over de wijze waarop zij werden behandeld uit handen gaf in het besef dat zij werden blootgesteld aan het risico van foltering, marteling en zware mishandeling.