Eiseres, met de Eritrese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, welke door verweerder is afgewezen. Na het maken van bezwaar tegen dit primaire besluit, stelde eiseres verweerder in gebreke wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op het bezwaar. Vervolgens werd beroep ingesteld tegen deze niet tijdige beslissing.
De rechtbank constateerde dat de beslistermijn van verweerder was overschreden en dat het beroep terecht was ingesteld. De termijn voor het nemen van een besluit op het bezwaar was uiterlijk 10 oktober 2018, maar op 17 oktober 2018 was nog geen besluit genomen. Verweerder erkende de overschrijding en gaf aan zo spoedig mogelijk te willen beslissen.
De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit, en bepaalde dat verweerder binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens werd een dwangsom opgelegd van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij niet-naleving. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €256 en het door eiseres betaalde griffierecht van €170.