Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het verzoekschrift met de daarbij en nadien overgelegde producties;
- het verweerschrift met producties;
- de mondelinge behandeling van 14 november 2019. Ter zitting is vonnis bepaald op 23 december 2019. Daarna is de vonnisdatum nader bepaald op heden.
2.De feiten
- de kredietfaciliteit met onmiddellijke ingang wordt opgezegd, waarbij ook de redenen daarvoor zijn aangegeven;
- de totale vordering van ING € 16.938,74 p.m. bedraagt;
- [verzoekster] dat bedrag voor 11 december 2015 dient te voldoen;
- er nadere (rechts)-maatregelen kunnen worden getroffen indien er op 11 december 2015 geen algehele aflossing heeft plaatsgevonden dan wel een concreet betalingsvoorstel is gedaan, onderbouwd met de nodige gegevens en bewijsstukken;
- wanneer het openstaande saldo niet uiterlijk op 11 december 2015 wordt voldaan, de vordering met een achterstandscodering wordt gemeld bij het BKR.